Een weg voor Nepal… De Sailasadak

Start in Kolati


Op zaterdag 20 februari is Fik Seymus van ons heengegaan. Hij was eind december 80 jaar geworden.

Zijn overlijden kwam niet alleen hard aan bij zijn kinderen en kleinkinderen, ook in Nepal rouwen ze om hun Papu.

Hem Chalaugain beschrijft het als volgt: “Het is onvoorstelbaar dat Papu zoveel van Nepal hield. Alles wat hij in Mol had, liet hij achter voor Nepal…de bergen, planten, bloemen en mensen hier.”
Fik woonde tien jaar in Nepal. Hij leerde er veel mensen kennen onder wie ook Angnima Tamang, de imker en drijvende kracht achter Paramendo Eco Farming. Angnima denkt met weemoed terug aan hun eerste ontmoeting in de bergen van Langtang:
“Fik heeft me veel dingen over fruitbomen geleerd en ik volg zijn principes nog steeds. Zijn manier van snoeien en enten is zeer uniek en zinvol”.

Ter nagedachtenis van Fik vertel ik graag het verhaal achter de Sailasadak. De hierbij gepubliceerde foto’s zijn onder andere van Ria Vanhecke (RVH) die aanwezig was bij de start van de werken
De overige foto’s werden door Fik of door Hem Chaulagain of door mij genomen tijdens de openingsplechtigheid van de Sailasadak. Het is een verhaal van hoop op betere tijden, van geloof in een betere toekomst, van doorzettingsvermogen en samenwerking… Iets waar we ons in deze coronatijden kunnen aan optrekken. Het verhaal van een weg, de Sailasadak.. en de man achter de weg, Fik Seymus…

Irene Van Driessche, bestuurslid Bikas en redactie tijdschrift



Fik Seymus, gepensioneerd groenambtenaar van de gemeente Mol, ruilde in 2005 België voor Nepal. Tijdens zijn vorige reizen had hij daar de familie Chaulagain leren kennen. Het geboortedorp van de jonge Chaulagain telgen was Kharekhola, een dorpje in het Kavrepalanchok district in de Bagmati Zone.

In die tijd was Kharekhola nog via een ‘geitenpaadje’ met Kolati (het dichtstbijzijnde dorp) verbonden. Al vlug rijpte bij Fik het plan om beide dorpen te verbinden met een 5 km lange weg.
Fik had tijdens een korte vakantie, die hem in juli 2006 samen met Nakul Chaulagain naar België bracht, zijn project uit te doeken gedaan tijdens een ‘party’ in de tuin van zijn voormalige woning in Mol (in de Antwerpse Kempen). Op dat feestje was ook Jill Vervoort aanwezig, toen voorzitter van Bikas. Jill ging er mee akkoord om het project voor te leggen aan het Bikas bestuur. In september van dat jaar trok ik samen met Jill én met een grondig uitgewerkt dossier onder de arm naar de Mimosastraat in Berchem waar Jos Gobert, zijn vrouw Betsy en de rest van het toenmalige bestuur ons opwachtten. Bikas was bereid om het project financieel te steunen. De werken startten al in december, met aanvankelijk een klein budget en een beperkt aantal werkkrachten. Toen het geld van Bikas op de Nepalese rekening was gestort, werd er onder meer een bulldozer gehuurd waardoor de weg op heel korte tijd kon aangelegd worden. Op 8 mei 2007 was het zover! De weg, de Sailasadak, werd plechtig ingehuldigd in de aanwezigheid van meer dan duizend bezoekers uit de omstreken.

Fik en Saila


‘Sadak’ is het Nepalese woord voor ‘weg’. Maar waar komt ‘Saila’ dan vandaan? Het antwoord hierop is een verhaal apart.
Eind vorige eeuw trof Nakul, de oudste zoon van de Chaulagains, in de nabijheid van het riviertje Kahare een verlaten en verwaarloosd jongetje van zowat zeven jaar aan. Het was door zijn stiefmoeder het huis uitgezet omdat tijdens zijn werk bij het hoeden van de geiten één van de diertjes ten prooi was gevallen aan een luipaard.
Nakul nam het kind mee naar huis waar het eten en onderdak kreeg. Het werd ingezet bij het werk op de boerderij. Na een tijd besliste de familieraad om Saila als volwaardige ‘erfzoon’ op te nemen, waardoor de landeigendom niet in drie maar in vier werd opgedeeld, zijnde de Chaulagain zonen Nakul, Yubak en Hem en de vondeling Saila. Het grote hart van de Chaulagains had nog plaats voor Saila, het jongetje dat zijn weg had gevonden naar zijn echte thuis. Saila, symbolischer kan de naam voor de weg dus niet zijn. Ondertussen woont Saila nog steeds in Kharekhola en is hij gehuwd met Saru en vader van een dochtertje Radhika.

Sinds 8 mei 2007 is het ‘geitenpaadje’ verleden tijd, en die datum was een historische dag voor de inwoners van Kharekhola. De dag startte somber want het had de nacht voordien flink geregend en geonweerd. Toch kwamen al vroeg vele groepjes mensen afgezakt naar het midden van de Sailasadak, waar het podium was opgesteld van waarop het formele programma zou worden gepresenteerd.
De organisatoren hadden geen idee van het aantal bezoekers, buiten de genodigden. Ze hoopten alleszins dat iedereen tijdig zou arriveren, rekening houdende met het ‘Nepali time’ fenomeen (dat duurt ‘ietsje’ langer dan ons plaatselijk kwartiertje!). De koks van dienst waren al vroeg in de morgen in de weer met het bereiden van de maaltijd.
Net zoals hij de werkzaamheden aan de Sailasadak had opgevolgd, zo had Papu Fik ook hier de touwtjes strak in handen. Er waren vooraf uitnodigingen rondgestuurd, ingekaderde oorkonden gemaakt voor diegenen die land hadden afgestaan voor de constructie van de weg, alles was voorzien om er een eenvoudig ritueel van te maken. Ik vertegenwoordigde Bikas.


Om één uur ’s middags werd het startsein gegeven met een welkomstlied en een dans voor de gasten, gebracht door de dorpsmeisjes. Purna Chaulagain, voorzitter van het Sailasadak Constructie Comité sprak zijn vreugde uit over het succesvolle resultaat van het Saila project. Nakul Chaulagain legde de nadruk op de financiële steun van Bikas.
Lokale politieke vertegenwoordigers waren verstomd over het resultaat: 5 km weg met een beperkt budget op zo een korte tijd. Ze beloofden van bij de overheid aan te kloppen om naar het voorbeeld van de Sailasadak ook andere nabijgelegen dorpjes uit hun isolement te halen.

Als alles gezegd was, werden de ‘Certificaten van Dankbaarheid’ uitgereikt. Gegraveerde stenen werden overhandigd aan hen die een bijzondere bijdrage hadden geleverd voor het welslagen van het project. Daarna volgde het ritueel om de weg plechtig te openen en werd het lint doorgeknipt. Een plaatselijke band zorgde voor de muzikale omlijsting. En dan, dan was het etenstijd!

Plezant detail: ‘koken voor meer dan 1000 man, van een grootkeuken gesproken!’ Drie grote geiten verwisselden het tijdelijke met het eeuwige en gingen in de kookpotten, samen met 15 kg bruine bonen, 50 kg aardappelen, 10 kg uien, 3 kg zout, 20 witte kolen, 30 kg wortelen, 10 kg suiker (onder meer voor het zelf gebrouwen ‘aperitief’), vier grote zakken geplette rijst, 5 kg kruiden… Met als resultaat dat Kharekhola sindsdien in de regio een culinaire faam heeft verworven! Deze opmerkelijke dag ging voorbij onder een schitterende zon.

Bus op de Sailasadak

De mensen van Kharekhola zijn nog steeds heel blij en fier met de Sailasadak die ze ‘juweel van het dorp’ noemen.

Fik Seymus zei over de Sailasadak destijds het volgende: “Onze weg zal voor vele Belgen geen weg zijn. Hij lijkt meer op een omgewoeld aardappelveld. Geen asfalt, beton of boordstenen, geen riolering, niets van dat alles. Voor de Nepalees daarentegen is het een bovenste beste weg en een 4x4 wagen kan daar perfect rijden. Ook de kleinere autocars ploegen er doorheen.”

In de jaren die volgden heeft de weg uiteraard herstellings- en aanpassingswerken ondergaan. Op enkele plaatsen is de weg verbreed waar compacte rotswanden werden weggehaald.
Gaasnetten werden aangebracht om te beletten dat vallende stenen op de weg terechtkomen. In een kwelgebied werden rioolbuizen onder de weg aangebracht die het overtollige water kunnen afvoeren.

Ook de Sailasadak heeft te lijden gehad onder de zware aardbevingen van 2015. Vooral de tweede zware aardschok van 12 mei bracht heel wat schade toe, ook aan de huizen en de dorpsschool. De dorpelingen hebben direct na de beving de weg hersteld met de middelen die ze hadden. De Sailasadak vormde immers een belangrijke schakel in de hulpverlening naar afgelegen gebieden toe.
Bikas heeft ook het herstel van de Sailasadak financieel ondersteund.

De Sailasadak vond weerklank tot in Kathmandu. Ondertussen heeft de overheid geïnvesteerd in de verdere uitbreiding ervan en zijn meerdere omliggende dorpen verbonden met de weg. Heel het gebied is ontsloten en de wegen leiden er via de Sailasadak tot Dolalghat, van waaruit ook een busdienst vertrekt naar de hoofdstad.
We kunnen dus met enige fierheid de Sailasadak de pionier van de ontsluiting van het gebied noemen.

Dan rest er mij enkel nog af te sluiten met een oeroude wijsheid: ‘Waar een wil is, is een weg.’